dinsdag 15 juli 2014

Langs het Boterdiep: van Onderwierum naar Onderdendam

Deze zomer reis ik langs het Boterdiep van Groningen naar Uithuizen en zal verslag doen van alle mooie en bijzondere plekken die ik onderweg tegenkom. Mijn doel is om te laten zien dat ook dichtbij huis prachtige plaatsen te vinden zijn, allen met hun eigen verhaal. Deze keer blog ik over het vierde gedeelte: van Onderwierum naar Onderdendam.

Ik verlaat Onderwierum in noordelijke richting. Onderwierum behoort technisch gezien tot het kleine plaatsje Onderdendam, maar het dorp zelf ligt nog op een dikke kilometer fietsen door snoeiharde tegenwind. Terwijl ik woest op mijn trappers stamp kijk ik afgunstig naar een bootje met mensen dat heerlijk over het Boterdiep vaart. Zij hebben het beter bekeken. De route die ik tot nu toe heb afgelegd was in de achttiende en negentiende eeuw ook per trekschuit mogelijk. Zo kon je opstappen in Groningen en via Zuid- en Noordwolde en Bedum naar Onderdendam varen, als een soort openbaar vervoer. Het Boterdiep was een kanaal vol bedrijvigheid.



 Afgezien het bootje met de mensen die me vol medelijden aankijken is het kanaal nu een stuk rustiger, ondanks het mooie weer. Altijd wanneer ik Onderdendam binnen fiets overvalt de schoonheid me. Het is niet de eerste keer dat ik hier ben, maar de mooie tuintjes vol geurige en kleurige bloemen en oude stijlvolle huizen maken nog steeds indruk. De hoofdweg loopt in een bocht door het dorp en steekt het water over. Langs de kades staan de meest prachtige, statige gebouwen met hun eigen steigertje waar bijna zonder uitzondering een bootje voor dobbert. In tegenstelling tot andere kleine Noord-Groningse dorpjes, heeft Onderdendam een geweldig aantal huizen van formaat met een chique in plaats van schattige uitstraling. Wat is de reden voor deze gedistingeerde allure die dit schilderachtige dorp uitstraalt? Daarvoor duiken we de geschiedenis in. 


Onderdendam wordt voor het eerst genoemd in 1252, met zijn Oudfriese benaming Uldernadomme. Tegen die tijd blijkt de nederzetting al een centrale plaats te hebben verworven, want het document gaat over een algemene jaarlijkse gerichtsdag waarop rechters uit het hele landschap bijeenkwamen in Onderdendam. Op zich is dit logisch, want qua natuurlijke factoren heeft Onderdendam alles in huis voor een centrale positie. Onderdendam was het natuurlijke centrum van het Hogeland, ietwat hooggelegen, waar verschillende wateren samenkwamen: het Warffumermaar en de Delthe, het Kardingermaar en het Bedumermaar (wat later een deel van het Boterdiep zou worden).

Hoewel het oudere Bedum een belangrijke plaats was in kerkelijk opzicht, raakten bestuurlijke en economische activiteiten geconcentreerd in Onderdendam, vanwege diens praktische ligging te midden van een aantal waterwegen. Er werd handel bedreven, gelost en geladen, terwijl de trekschuit mensen afzette of juist toeliet. Vanzelfsprekend bracht dit bedrijvigheid in de vorm van winkeltjes en herbergen met zich mee. Daarnaast werd het plaatsje aangewezen als hoofdplaats voor de rechtspraak in het Hunsingokwartier, waardoor het de woonplaats werd van vele rechters, griffiers en advocaten. In 1838 werd Onderdendam zelfs zetel van het waterschap Hunsingo. De mooie huizen langs de waterkant, zoals het oude waterschapshuis, de oude herberg en andere herenhuizen die als gerechtsgebouwen hebben gefungeerd, getuigen nog van deze bloeitijd.




Daar Onderdendam in de eerste helft van de negentiende eeuw profiteerde van de trekvaart dat het Boterdiep met zich meebracht, werden plaatsen als Westerdijkshorn en Onderwierum steeds minder belangrijk. Merkwaardig genoeg had Onderdendam, ondanks haar status, tot die tijd geen eigen hervormde kerk. Inwoners moesten naar Onderwierum of Menkeweer. Pas in 1840 werd er in het dorp een kerk gebouwd. Logischerwijs verloren kerspelen zoals Onderwierum en Menkeweer daardoor totaal hun status, nu hun kerkgangers ook nog weg bleven. De kerkjes werden gesloopt. Vorig jaar werd ik door Ommelander-lezers bij de hervormde kerk in Onderdendam uitgenodigd om wat spullen te bekijken die over waren gekomen uit de ‘verloren kerk’ van Onderwierum. Zo staan er in de kerk nog een aantal oude grafstenen, een avondmaalstafel, hangt er nog een enorme oude sleutel en schittert er een prachtig doopbekken uit 1651.



Een halve eeuw later is het echter gedaan met de pret in Onderdendam. De komst van een spoorwegennetwerk in het noorden van Groningen zorgde ervoor dat de trekschuit al snel als ouderwets en langzaam werd gezien. Onderdendam werd overgeslagen, kreeg geen stationnetje, en zo kwam er een einde aan de ontwikkeling van dit mooie dorpje.

Ik zit op de steiger aan de waterkant, het water glinstert blij. Mijn ogen glijden over al die prachtige huizen, en héél even zie ik mensen van de trekschuit aan wal gaan, zie ik schepen ingeladen worden met allerhande producten die bestemd zijn voor de stad, zie ik marktlui lopen, afkeurend nagekeken door rechters met een ernstig gezicht, en vrolijk toegezwaaid door de herbergiers. Ik knipper met mijn ogen en de rust is wedergekeerd, er rijden slechts enkele fietsers en een eenzame auto. De glorietijd is niet moeilijk voor te stellen.






Geen opmerkingen:

Een reactie posten