zaterdag 18 januari 2014

Shopping & Sightseeing

Klik op de foto's om te vergroten :)

Aangezien ik op vrijdag, zaterdag en zondag vrij ben, zou ik, hypothetisch gezien, die dagen mooi kunnen gebruiken om te studeren. Het jammerlijke is echter dat sightseeing veel leuker is! Ik bedoel, ik ga hier vijf maanden wonen – je stad verkennen is dan toch ook belangrijk? (oké, eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik inmiddels al zo vaak de stad ben door gekomen dat ik alles prima ken, maar dat doet er even niet toe) Met dat in ons achterhoofd besloten Marlène en ik gisteren eens goed te gaan winkelen. We hebben tot nu toe alleen de supermarkten gezien, dus was het hoog tijd ook de kledingwinkels eens te gaan bekijken. Naast de grote ketens zoals de Penneys/Primark, Topshop, New Look, River Island en Dorothy Perkins, kun je hier in Cork ook geweldig tweedehands spullen en vintage kleding kopen. De stad barst van de charityshops, waar je tweedehands dingen kunt kopen voor een klein prijsje, wat vervolgens weer voor een goed doel is. Ook hebben we een grote indoor fleamarket bezocht – vol met spullen uit stijlvollere tijden. Na ons voorbereid te hebben door middel van een grote pot thee en, in mijn geval, een megagrote scone, trokken we op jacht. En geslaagd zijn we zeker. Ik ben thuis gekomen met een mooi zwart jurkje met witte hartjes, een Rolling Stones pyjama en een zwart tasje (allemaal Penneys), een zwart-met-witte-stippen trenchcoat (vintage) en een witte see-through blousje (ook vintage).
Linksboven: IRA. Rechtsboven: Lunch bij de Natural Bakery, een heerlijke plek in de stad. Linksonder: een van de zovele straatjes met gekleurde huisjes. Rechtsonder: St. Finbarrs in het donker, toen we donderdagavond terug kwamen van de pub.

We hebben na een lange middag winkelen echter nog maar een klein gedeelte gezien van alle winkels – Cork is een regelrecht shop walhalla. Hoewel de stad qua oppervlakte en inwoneraantal vergelijkbaar is met Groningen lijkt het centrum minstens drie keer zoveel winkels en restaurants te bevatten. Er is altijd wat te doen. Niet voor niets werd Cork dan ook tot Europa’s culturele hoofdstad uitgeroepen in 2005. Daarnaast is Cork geplaatst in de top tien ‘Best steden ter wereld’ door de Lonely Planet in 2010. Laatst kwam ik een quote tegen over Cork die ik heel accuraat vind: ‘‘Its city centre crackles with youthful energy. That’s thanks in large part to its award-winning university, UCC, which pumps new students, and therefore fresh shots of enthusiasm and ideas, into the city every year. The cumulative effect of all these influences means Cork is at the top of its game right now: sophisticated, vibrant and diverse, while still retaining its friendliness, relaxed charm and quick-fire wit.’’ Cork was altijd het middelpunt van het verzet tegen de Engelse overheersing, en daarom heet de stad nog steeds ‘Rebel City’. Toevallig kwam ik daar van de week een bewijs van tegen. Terwijl ik richting de universiteit liep, zag ik opeens wat in het voetpad gekrast. Ik boog me voorover en las de letters ‘IRA’. 


Links: St. Anne's Church. Middelste foto: straatje heuvel op. Rechtsboven: Brug over de Lee. Rechtsonder: Een mooi hek leidend naar de Dominicaanse kerk.
Vandaag ben ik naar een ander gedeelte van de stad gelopen, ten noorden van de Lee. Ik was van plan het Cork Butter Museum te bezoeken. Dit museum ligt op de plaats waar ooit de botermarkt was. Een oud mannetje zat achter een minuscule entreebalie. Ik hoefde mijn studentenkaart niet te laten zien, want volgens de beste man zag ik er zó jong uit dat hij me wel geloofde. Het museum was klein en schattig. Ik ging op een houten stoeltje voor een televisie zitten, die een documentaire uit de jaren 80 toonde. Ooit was Cork de grootste boter exporteur ter wereld. Tussen 1770 en 1925 verscheepte men vanuit de haven vlakbij de stad boter naar maar liefst vijf continenten. Nederland was één van de grootste importeurs. Vanuit de binnenlanden van Ierland kwam men via de speciaal aangelegde ‘butter roads’ met paard en wagen naar de botermarkt. Op de begane grond van het museum lagen oude spullen verspreid die gebruikt werden om boter te maken. 

Grote plakkaten aan de wand vertelden het verhaal. Er werden twee dingen genoemd die ik in het bijzonder interessant vond. Ten eerste werd er in het museum aandacht besteed aan de connectie tussen de rol van vrouwen in de Ierse maatschappij en het maken van boter – een link die ik niet zo snel verwachtte. Blijkbaar is boter maken in de Ierse geschiedenis een vrouwelijke aangelegenheid. Het woord ‘dairy’ komt dan ook van het Oud-Engelse woord ‘daege’, wat ‘female servant’ betekent. Vroeger werd gedacht dat vrouwen beter geschikt waren om om te gaan met de magische krachten van het boter maken. Zodoende kon een grote groep Ierse vrouwen zelfvoorzienend worden. Hun positie in de maatschappij verbeterde. Toen Cork ging produceren voor de internationale markt, was er in de hoogste kringen van de handel altijd een vrouw betrokken. Ten tweede was boter maken eeuwenlang onlosmakelijk verbonden met bijgeloof en folklore. Alleen de koeien hadden het er al druk mee. Zo werden er Keltische kruizen in hun stallen gehangen, mochten ze niet grazen nabij forten en dergelijke omdat zij anders de elfjes zouden verstoren, werd er rood stof om hun staart gebonden omdat dit beschermend was en werden ze besprenkelt met heilig water. Daarnaast werd er een uitgekiende mix van heidense en christelijke gebeden voltrokken. Zonder meer het meest vreemde ritueel was wel dat er een dode hand aanwezig moest zijn, het liefst van een geëxecuteerde man. Of een dode kinderhand, dat was ook goed. Hoe dan ook, Ierland produceert tot op de dag van vandaag enorm veel boter. De supermarkten liggen er dan ook vol mee. Ik heb net gekeken in mijn koelkast, ik gebruik de ‘Real Irish Butter-Me-Up butter’.


Toen ik het museumpje uitliep riep de meneer achter de kassa me nog ‘Bye bye now darling!’ achterna. Ik besloot verder de heuvel op te lopen. Ik kwam langs prachtige kerken en kleine straatjes met gekleurde huisjes. Toen ik redelijk hoog was kon ik in de verte, voor het eerst sinds ik hier ben, verder dan de bebouwing kijken. Ik wierp mijn eerste blik op de Ierse groene heuvels – waar achter de boerderijen beginnen, de folklore nog leeft en mijn ‘Butter-me-up’ boter wordt geproduceerd.


Linksboven en rechtsboven: the Cathedral. Onder: In de verte liggen de groene heuvels van Ierland.

2 opmerkingen:

  1. Sanne, wat weer een prachtig verhaal. Zie dat kneuterige museum zo voor me !!! De laatste foto vind ik helemaal mooi. Bye now darling :) !!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat heerlijk om je verhalen te lezen Sanne, je beschrijft het allemaal zo gezellig en boeiend! En....de foto"s zijn prachtig! Ik verheug me alweer op je volgende verhaal!

    BeantwoordenVerwijderen