zaterdag 17 mei 2014

Dublin, Giro d'Italia, Glendalough & Kilkenny

Klik op de foto's om ze te vergroten!

Tussen mijn tentamen op 8 mei en die op 20 mei had ik lekker de tijd weer een tripje naar Dublin te maken! Ik vind het een ontzettende fijne stad, ik voel me er erg op mijn gemak, ken de straten en ben er echt van gaan houden. Er is zoveel te zien en te doen. Het is een miljoenenstad, maar toch met die typisch vriendelijke Ierse sfeer dat mensen naar je lachen, je gedag zeggen op straat en iedereen heel geïnteresseerd in je is.

Op vrijdag 9 mei stapten Arieke en ik 's ochtends in de trein richting Dublin. We kwamen aan rond lunchtijd, en hongerig doken we Eddie Rocket's in. Eddie Rocket's is een Iers horecaketen van American Diners. Ik ben er gek op. Alles is tot in de details gestyled, alsof het rechtstreeks uit een film komt. De bankjes zijn van rood leer, elke tafel heeft een jukebox en een fles Heinz tomatenketchup en een fles mosterd op tafel staan, en het personeel draagt geweldige pakjes en haarnetjes. De kaart bestaat uit ontzettend veel mogelijkheden, waarvan veel vega. Het is allemaal handgemaakt en 'vers', en oké, duurder dan de MacDonalds of Burger King, maar een stuk beter, meer en leuker!

Nadat we een wrap hadden gegeten, dropten we onze spullen bij het hostel en liepen we de stad in. Als eerste gingen we naar een ingericht townhouse uit de Georgiaanse tijd, genaamd no. 27 Georgian House, in de prachtige Georgiaanse buurt van Dublin. Het was heel schattig en leuk gedaan, en de ticketverkoopsters vonden het zo leuk dat er jonge mensen kwamen, dat we heel lang hebben staan kletsen. Na afloop liepen we naar het National Leprechaun Museum, een superleuk, interactief, tour-guided museum over de Ierse folklore en mythologie. Onze tourguide was een hele grappige Ier die het niet kon laten telkens de Amerikanen in onze groep beet te nemen. Het museum was hightech en heel tof gemaakt. Je gaat eerst door een tunnel waardoor je je kleiner voelt worden (optisch bedrog), en vanaf dan is alles groter, dus denk je echt dat je kleiner bent geworden. Heel cool! 's Avonds hebben we in het hostel gekookt en gezellig gekletst met mijn Canadese kamergenote.

Eddie Rocket's - ga ik missen in Nederland!

Georgian House Museum

Boven: Dublin. Onder: National Leprechaun Museum!
(ja, Sanne als kabouter, laat de grappen maar komen, ha ha ha)

De volgende dag gingen we ieders ons eigen gang. Het was Arieke's eerste keer in Dublin, dus die ging met de hop-on-hop-off tour de toeristische hoogtepunten bekijken die ik al had gezien. Toen ik haar had afgezet bij Trinity College, ben ik doorgelopen naar het zuiden van het centrum. Daar heb ik een rondje door mijn favoriete park in Dublin gelopen, st. Stephen's Green, en bracht ik daarna een bezoekje aan het Little Museum of Dublin. Hier heb ik wederom ontzettend gezellig gekletst met de medewerkers, die allemaal zo aardig en geïnteresseerd waren. Op de begane grond was een tentoonstelling van tekeningen over de Battle of Clontarf, die dit jaar 1000 jaar geleden heeft plaatsgevonden. De tweede en derde verdieping bestond enkel uit donaties van Dubliners, en het is dus echt een rariteitenkabinet, zo leuk. Zo ga je de gehele 20e eeuw langs, en was er een U2 expositie! Dat was heeeeeel erg leuk! Toen ik afscheid had genomen van het personeel, die gedrieën mij uit stonden te zwaaien bij de deur, besloot ik de rest van de dag niets anders te doen dan rond te slenteren door de stad, en lekker bijkomen van de tentamens. Dat bleek een goede keuze. Terwijl ik rond struinde liep ik zomaar Passenger tegen het lijf, en bevond ik me opeens in een gratis concert van meer dan een uur lang! Het was geweldig, wat is het toch een geweldige muzikant. Iedereen brulde natuurlijk mee toen hij 'Let Her Go' inzette. Na afloop heb ik wat te eten gehaald, heb ik door de Middeleeuwse buurt gesjokt en heb ik twee uur zitten lezen in de tearooms van Dublin Castle. 's Avonds hebben Arieke en ik elkaar weer opgezocht en lekker Vietnamees gegeten.

Boven: st. Stephen's Green. Onder: Little Museum of Dublin.

Little Museum of Dublin

Linksboven: Passenger, zomaar spelend op straat! Rechtsboven en -onder: Dublin Castle.

Op zondag was het tijd voor de Giro d'Italia die Dublin aandeed! We hebben vijf uur staan wachten, in de stromende regen, en het was het meer dan waard! Mijn favoriet Marcel Kittel won de sprint op een fabelachtige manier, en na afloop ben ik met een Ierse jongen stiekem over het hek geklommen en tussen de pers voor het podium gaan staan, zodat ik een prachtige foto van mijn held kon maken (hihi)... Lees op deze site mijn verhaal over de Giro d'Italia en wielrennen in het algemeen: urbanspaceman.nl. 

Dublin kleurde roze!

Dublin kleurde roze!

Dublin kleurde roze!

Linksboven: De Bobo-hut. Rechtsboven: Een fietsenshow in het nabijgelegen Merrion Square. Linksonder: De reclamekaravaan. Rechtsonder: Twee roze fans.

Rechtsboven: Marcel Kittel. Onder: De sprint!

Ik heb zoveel respect voor het geduld van degene die deze etalage van TicTacjes (geheel in Ierse kleuren) heeft gemaakt.

Op maandag hebben we een dagtrip met een bus gemaakt naar het gebied ten zuiden van Dublin. Onze eerste stop was het prachtige Glendalough, een vallei in de Wicklow Mountains. In de vallei staan verschillende kerkelijke overblijfselen, zoals een Round Tower en een klooster gesticht door St. Kevin, waarvan de overblijfselen behoren tot de oudste christelijke overblijfselen van Europa. De naam Glendalough betekent 'Dal van de twee meren', namelijk de Lower Lough en Upper Lough. De natuur is fantastisch mooi, ik heb nog nooit zoveel verschillende kleuren groen gezien. Men noemt het ook de 'tuin' van Ierland, er is weinig steen en véél groen. Het was eigenlijk een beetje een soort sprookjesland, vond ik. 

Zie al die verschillende kleuren groen, geweldig toch?

Linksboven: Ierse muziek bij de ingang. Rest: Oude graven staan verspreid tussen de ruïnes.

Wederom, let op al die verschillende kleuren groen... Vandaar dat het bekende liedje over Ierland 'Forty Shades of Green' heet.

Glendalough

Glendalough. Rechtsboven: Het 'visitor centre' was nu dicht, maar wat een schattige cottage op een schitterende plek!



Rond middagtijd stapten we weer in de bus en reden we door de Wicklow Mountains, bekend van de beroemde film 'P.S. I Love You' met Gerald Butler. Ik was klaarblijkelijk de enige in de bus die die film nog niet gezien had. Het werd al snel duidelijk dat alle meiden in de bus vanwege die film de trip maakten. De buschauffeur speelde er slim op in met lekkere Ierse grapjes, en we bezochten ook plekken waar belangrijke gedeeltes waren gefilmd. We kwamen onderweg ook door Hollywood. Ik knipperde eerst met mijn ogen omdat ik dacht het niet goed te zien, maar toch, we waren in Hollywood. Er stonden vijf boerderijen, drie koeien en er was een postkantoor. Die vijf boerderijen, drie koeien en het postkantoor bleken wel humor en zelfspot te hebben, want ja hoor, ook zij hadden de bekende 'Hollywood' letters boven op de groene heuvels! Uiteindelijk gingen we naar Kilkenny, een Middeleeuws stadje waarvan nog veel dingen goed bewaard zijn gebleven. Daar hebben we twee uur rondgelopen, alvorens terug te gaan naar Dublin en vanaf daar weer naar Cork! Het waren geslaagde dagen!

Onderweg

De Wicklow Gap en onze tourbus

De Wicklow Gap

Linksboven: Hollywood. Rest: Kilkenny

Kilkenny

Kilkenny

En nu weer verder met studeren voor mijn laatste tentamen op dinsdag...

zaterdag 3 mei 2014

De Burren: een plek van contradicties

‘‘We walked out on, out onto the Burren // Frothy from the wind // Full of yesteryear’s sorrow // Bad dreams within // We were children again’’
- Ben Howard, the Burren

De Burren is een vreemde plek. Een plek van contradicties. Het is er grijs, verdrietig, alleen, mysterieus en spookachtig – met eeuwenoude overblijfselen uit vergane tijden, en ontelbare verhalen. Maar het is er ook wonderlijk, licht, natuurlijk en vriendelijk. Je moet de Burren eigenlijk zelf ervaren om het te kunnen begrijpen. Het is erg moeilijk te omschrijven. De stilte, afgezien de immer razende wind, is er oorverdovend. Alleen op de wereld krijgt ineens een heel andere betekenis. In de Burren kom je altijd jezelf tegen, bij gebrek aan anderen. Het is dan ook een plek waar veel schrijvers, dichters en muzikanten zijn geïnspireerd. Het is deze plek dat ik inmiddels, na meerdere bezoeken, redelijk goed ken. Het is een plek waar je óf verliefd op wordt, óf heel hard van weg rent. Je kunt je laten betoveren door de buitenaardse sfeer, of je kunt je laten overspoelen door de soberheid en de leegte. Engelsman Edmund Ludlow, een 17e-eeuwse bevelhebber die dit gedeelte van Ierland onder Brits gezag moest zien te brengen, peinsde: ‘‘It is a country where there is not enough water to drown a man, wood enough to hang one, nor earth enough to bury him’’. Mijn ouders en ik zijn na een week rondreizen door de Burren in 2011, ook voor een week in 2014 teruggekeerd. Het moge duidelijk zijn dat wij bij de groep bewonderaars horen.

Het landschap van de Burren-regio: kalkstenen heuvels, afgewisseld met groene velden.

De Burren: een maandlandschap.

De Burren is een gebied dat zo’n 260 km² in het westelijke gedeelte van Ierland beslaat, in county Clare. Het is een uniek karstlandschap van kalksteen, dat pas de laatste twee miljoen jaar is gevormd doordat het landschap blootgesteld was aan smeltend ijs en plaatbewegingen. Het resultaat zijn zogenaamde ‘terrassen’, die bestaan uit verschillende lagen kalksteen. De ruimtes tussen de stenen zijn heel diep, en je kunt de verschillende lagen duidelijk zien. Vreemd genoeg is het maanlandschap zeer vruchtbaar en groeien er planten en bloemen die nergens anders in Ierland voorkomen. Dit is hetzelfde verhaal met dieren. Met name de grote hoeveelheid verschillende vlinders trekt vele belangstellenden. Ook zijn er ontzettend veel grotten en archeologische monumenten. In ons vakantiehuisje lag een kaart waarop (bijna) alle archeologische overblijfselen in de regio aangegeven stonden – in totaal zijn het er ruim 6000. Het landschap is daarom eigenlijk gevormd door menselijke geschiedenis: de akkertjes, de stenen muurtjes, de prehistorische bouwwerken zoals tombes, altaren en forten, waar niet zelden een megalithische vondst wordt gedaan. Niet voor niets wordt het ‘Ierland’s grootste openluchtmuseum’ genoemd. De Burren kent niet alleen heidense overblijfselen, maar ook een meer dan uitgebreide collectie oude christelijke plekken – en dan met name ruïnes van eeuwenoude stenen kerkjes. Vaak zijn ze overgroeid met klimop en mos, eenzaam en vergeten. Ze staan random verspreid in de velden, in een dal of op een heuvel. Niet bij een dorp, maar op verlaten plekken – waarschijnlijk de reden waarom ze zo zijn vervallen. Ik heb er tijdens mijn verblijf hier al vele gezien, maar genoeg zal ik er nooit van krijgen – volmaakt verval is in mijn ogen perfecter dan volle glorie. 

Boven: Het lege, vreemd-aandoende landschap. Onder: De Poulnabrone, een hunebed temidden van het niets. Het is zo'n zes millennia oud (!). Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat hier een heleboel personen zijn begraven, gezamenlijk met spullen voor het hiernamaals zoals edelstenen en bijlen. Het is daarna nog lang een ceremoniële plaats geweest, waarbij het diende als een soort altaar waar rituelen werden uitgevoerd.

Poulnabrone.

De Burren: stenen, stenen, stenen - maar met unieke flora en fauna.

Linksboven en onder: de Burren. Rechtsboven: Een voorbeeld van de vele ruïnes die verspreid staan door het landschap. Dit is de ruïne in Killinaboy, ooit eens het huis van de gevreesde colonel Blood - die in de zestiende eeuw o.a. de kroonjuwelen uit de Tower of London heeft gestolen. Hij heeft nog veel meer gedaan, maar wist altijd te ontsnappen (door zich meerdere keren als dominee of priester voor te doen). Hij heeft de autoriteiten zo vaak bedonderd dat men hem na zijn dood nog weer hebben opgegraven om zich ervan te verzekeren dat 'ie nu toch echt dood was.

Op een avond tuurde mama naar de kaart en kwam tot de conclusie dat er een kerkje aan ons weggetje lag, een eindje verderop. We trokken de wandelschoenen aan en begonnen te lopen. En lopen. Toen we anderhalf uur lopen verderop waren en het licht al uit was gegaan gaven we het met tegenzin op. Tot de volgende middag, toen de zon weer vrolijk scheen. We probeerden het nogmaals. Dit keer hadden we hulp ingeroepen van buurman Raymond, die ons wat tips had gegeven. We moesten een op een bepaald punt namelijk een erf op en door de weilanden lopen, omdat het kerkje niet zichtbaar was vanaf de straat (dat verklaarde een boel). Op een gegeven moment stonden we voor het erf, en niet heel comfortabel om er zomaar overheen te lopen, draalden we er wat voor. Godzijdank stond er een boer. We vroegen hem of hij het kerkje, Templemore Church, kende. Hij trok zijn wenkbrauwen op en vroeg of we op zoek waren naar iemand die er lag. Nee, antwoorden we, gewoon interesse. Hij keek ons een beetje vreemd aan. Blijkbaar was hier in geen jaren iemand geweest. Dat was ook niet gek, want afgezien de kaart in het huisje was nergens melding gemaakt van ene Templemore Church. Geen bordjes, geen informatie op internet, niets. We hadden geluk met hem, zei hij, want hij wist waar het lag. De meeste mensen die in de buurt woonden (dat waren er ook niet veel) hadden er zelfs  nog nooit van gehoord. De boer besloot met ons mee te lopen, omdat wij het anders toch nooit konden vinden. Dat is waar, want je ziet het niet tot je er recht voor staat. We sjokten door vier of vijf enorme koeienvelden, waar we kniediep in de zompige modder zaten. Ik dacht dat ik als countrygirl wel wat gewend was, maar de boer moest ons regelmatig uit de modder trekken. Uiteindelijk, na een zware strijd, leverde hij ons, bemodderd en bebloed door de bramenstruiken, af bij een ruïne. Of wacht, misschien is ruïne niet het goede woord. Een hoop stenen in de vorm van een vierkantje, vol gegroeid met bomen en planten en prikkelstruiken, in zulk hoog gras dat ik er op sommige plekken tot mijn middel in verdween. Hier en daar piepte een grafsteen boven het gras uit, maar de meeste waren verdwenen onder moeder natuur. Aan de grond en de bobbels in het gras kon je zien en voelen dat er vele grafstenen zouden moeten zijn, en dat het dus ooit een hele belangrijke plaats was. Ik vraag me af waar de mensen vandaan kwamen. Leefden hier eeuwen terug meer mensen? Was het een soort gemeenschapje, of dorpje? En was de onvindbare kerk toen makkelijker begaanbaar? De boer had ons nog nonchalant gewezen op een gat in de grond dat nu volgegooid was met stenen zodat het vee er niet in kon vallen, maar wat ooit een grottunnel was waardoor de katholieke bevolking stiekem naar de kerk kon (was verboden door de protestantse overheersers). Wat een magische plaats! Het was net, of het niet echt was. Daar stonden we dan. Met niets dan de wind, een aan de natuur te prooi gevallen bouwwerk en een overwoekerde begraafplaats dat een huis is voor allang vergeten zielen. Wij waren de eerste mensen die hier in tijden zijn geweest, en waarschijnlijk ook de laatste. 

De omgeving - en wat het doet met je schoeisel.

Links- en rechtsboven: Het kerkhofje en het kerkje waren omringd met een stenen muurtje waar je over moest klimmen. Onder: overwoekerde hoop stenen van wat ooit eens een mooi, drukbezocht kerkje was.

Het hoge gras waar we ons doorheen moesten slepen - onder zie je twee van de vele grafstenen die haast niet meer zichtbaar waren.

Links en rechts: Eenzame zielen. Midden: Kasteeltje in de verte.

Het mooie aan Ierland is, is dat er meer dan genoeg ruimte in het land is om niets te hoeven slopen. Ik heb weinig plekken ter wereld gezien waar de geschiedenis altijd en overal zo dichtbij is als in Ierland. Kastelen, kerken en prehistorische bouwwerken staan achteloos en vergeten in prachtige landschappen. Het jammere van Ierland is dat ze het zelf allemaal maar zo normaal vinden. Het land kent zo’n overdadigheid aan geschiedkundige pareltjes, dat men het gewoon niet meer ziet en er dus totaal geen moeite wordt gedaan om alles in een goede staat te houden – of in ieder geval, het toegankelijk te maken. De meeste plekken, met name hier in de Burren, waar er zoveel van zijn, raken in vergetelheid. 

Misschien is dat het beste woord om de Burren en haar schatten te omschrijven: Vergetelheid. 

Prachtige karst-stenen terrassen.

zaterdag 26 april 2014

Op naar het uiterste zuid-westen!

Klik op de foto's om ze te vergroten!

Na een maand lang rondreizen door Ierland (Cork-Dingle-Cork-County Clare-Cork-Dublin-Cork-Mizen Head-Cork-Clonakilty) is het nu toch echt tijd om mij volledig op de tentamens te storten. Maandag 28 april is mijn eerste, en verder heb ik nog tentamens op 6, 8 en 20 mei. Oké, tussendoor zal ik nog naar de Giro d'Italia in Dublin gaan, en na mijn laatste tentamen staat er ook nog een reisje naar Noord-Ierland op de planning, maar voorlopig ben ik even uitgereisd hihi. En dat is ergens ook wel even fijn, om eindelijk weer in een soort ritme te komen, en om thuis in Cork te zijn met vrienden.

Vandaag is het tijd voor het laatste gedeelte van mijn Grote Reismaand: de afgelopen dagen heb ik namelijk het mooie zuid-westen van county Cork aangedaan! Woensdag stond ik mijn oom en tante op te wachten bij Cork airport. Ze zijn een weekje in Ierland en de eerste twee dagen ben ik met ze mee geweest! Ze hebben een prachtig vakantiehuisje in het uiterste zuidwesten van Ierland, op het Mizen Head schiereiland. In een huurauto zijn we via Gougane Barra daar heen gereden, en hebben we 's avonds gegeten in het schattige Crookhaven, het meest zuidelijk gelegen dorpje van Ierland. De volgende dag hebben we over het schiereiland getourd, en hebben ze me aan het eind van de dag via de Drombeg Stone Circle weer naar Cork gebracht. Op vrijdag, de dag erna, ben ik met wat vriendinnen naar Clonakilty geweest, ook een dorpje in het zuid-westen van county Cork.

In verband met studeren heb ik niet echt tijd een groot verhaal te typen, daarom is dit meer een foto-verslag!

Gougane Barra

De naam Gougane Barra komt van St. Finbarr, een Ierse beschermheilige uit de 6e eeuw, waarvan gezegd wordt dat 'ie hier op het eilandje in het meer eens een klooster had gebouwd. Er staan inderdaad nog ruïnes, maar die zijn van veel later, toen een 17e eeuwse priester besloot zich hier te isoleren van de buitenwereld. Het kapelletje dat er nu staat is naast de ruïnes gebouwd en stamt uit de 19e eeuw. Het is een populaire plek bij pelgrims, aangezien het kapelletje, St. Finbarr's Oratory, mijlenver van de bewoonde wereld ligt. Je rijdt en rijdt en rijdt over de meest smalle weggetjes tot er opeens een open plek in het beboste gebied komt en dit magische beeld voor je verschijnt! Een heel betoverende plek...

Gougane Barra.

Linksboven: Het 19e eeuwse kapelletje. Rechtsboven: Prachtig interieur met pasteltinten. Onder: De omgeving.

Linksboven: De bergen. Rechtsboven en beide foto's onder: De ruïne van het 17e eeuwse gebouwtje. Er stond een oud kruis en hing vol 'beeldhouwwerken' die Jezus' lijdensweg afbeelden.

De eerste avond: op naar Crookhaven

Boven en linksonder: het dorpje Goleen. Rechtonder: het schattige vakantiehuisje van Martin en Didi.

De buurhond Easter, mijn nieuwe beste vriendin.

Boven: 'Skyline' van Crookhaven. Linksonder: De pub waar we hebben gegeten. Rechtonder: Een mooie muurschildering bij een andere pub.

Crookhaven

Crookhaven

Mizen Head Peninsula

Strand!

Strand!

Op het puntje van het schiereiland staat een schattig wit huisje dat dienst doet als Visitor Centre, café en winkel. Daar kun je een kaartje kopen om over een brug te gaan naar een klein eilandje dat het échte, meest zuid-westelijke puntje van Ierland is. De brug 'hangt' heel hoog en de uitzichten zijn spectaculair!

Links: Wandeling op weg naar de brug. Rechts: Rotsen en zee.

Linksboven: Overal wilde bloemetjes! Rechtsboven: Het leek op een duikplank, maar was het niet... ;) Linksonder: Martin en Didi op de brug. Rechtsonder: Zeehondje!

Uitzichten op het Mizen schiereiland.

Uitzichten op het Mizen schiereiland.

Drombeg Stone Circle

Op weg terug naar Cork zijn we gestopt bij de Drombeg Stone Circle, een soort mini-Stonehenge. Linksboven: De omgeving. Linksonder: de Stone Circle. Rechtsonder: Een offerplaats. Rechtsboven: Lekker gegeten bij een social club: een restaurant met vega-eten, waarbij alles op vrijwilligersbasis is. Heel leuk!

Clonakilty

Een supergezellig, kleurrijk dorpje!
Rechts- en linksboven: De wekelijkse Farmer's Market.





Goed, nu is het tijd voor tentamens...