zaterdag 11 januari 2014

Eerste collegeweek!

Het is weekend en mijn eerste collegeweek zit er al weer op. Het was weer een week vol indrukken, nieuwe dingen en een week waarin ik wederom een hoop nieuwe informatie kreeg om te verwerken. Ik zou in principe 20 ECTS gaan volgen, wat neer komt op vier vakken, maar omdat ik niet goed kon kiezen ben ik gegaan voor 30 ECTS, zes vakken dus. Het is heel grappig hoe anders het hier is. Lokalen bestaan uit plastic stoeltjes met zo’n klaptafeltje aan je leuning of aan de stoel voor je – en vaak nog een krijtbord of een simpel wit doek voor de beamer in plaats van digitale borden. De docenten zijn, op hier en daar een uitzondering na, allemaal redelijk excentriek. Maar waar ik het meest aan moet wennen is dat te laat komen de norm is.           

Maandag om 14u had ik mijn allereerste vak Humanitarian Action in Development. Als goede Nederlandse studenten stonden Hanna, een ander meisje uit Groningen die ik hier heb leren kennen, en ik tien minuten van tevoren voor de deur. De tijd kroop voorbij en een kwartier later was er nog steeds niemand in zicht. Uiteindelijk kwamen er drie andere studenten aan keuvelen en bij ons staan. Toen ik aan hen vroeg of zij wisten of de docent, mr. Fitzgibbon, ook nog zou komen, keken ze me even vreemd aan, en begonnen toen te lachen. ‘Oooh, you mean Mike?’ Blijkbaar zijn de studenten en docenten hier on first name terms. Dat merkte ik ook de rest van de week, omdat alle docenten hun mailtjes alleen met hun voornaam ondertekenen. Om 14.15u kwam hij dan toch uiteindelijk. Mike had een groezelige baard en niet goed passende kleding. Hij kondigde meteen aan dat hij het redelijk kort ging houden de eerste dag. Bovendien waren er slechts zeven studenten van de ruim twintig die zich hadden opgegeven (er geldt hier geen aanwezigheidsplicht), dus had het ook allemaal niet zoveel zin. Mike verkondigde tegelijk dat hij zelf geen specialist op dit gebied is, en de module dus vooral uit gastcolleges zal bestaan. Toen hij de sprekers voorstelde mompelde hij steeds iets van ‘hij liever dan ik’ of ‘poor fellow’ en grinnikte in zichzelf.  De gastcolleges worden vaak gegeven door graduate students, waarvan hij veronderstelde dat iedereen hen kende. Iedereen kent elkaar in deze stad, die toch net zo groot is als Groningen. Hanna en ik hadden een vraag over een onderdeel in een essay wat wij niet goed begrepen, en in plaats van het uit te leggen riep hij simpelweg: ‘you can leave that out girls!’ Na het college zijn Hanna en ik even warme chocomelk wezen drinken om gezamenlijk deze cultuurshock te boven te komen en de verschillen met het onderwijs in Groningen te bespreken.           


Mistroostigheid

De volgende dag was ik weer om 14u op de campus voor het vak Nuclear Politics and Proliferation. Dit was een verademing en een stuk meer te vergelijken met Groningen, de beste man had zelfs studiehandleidingen gemaakt en hij had een colbertje aan. Het was een heel interessant college dat was afgelopen rond 16u. Echter, om 16u moest ik ook weer op een andere locatie zijn voor het volgende college dat ik zou hebben, Contemporary International Crises. Ik moest ruim een tien minuten lopen en ik had er ongeveer vijf om er te komen (dacht ik). Hijgend kwam ik bij het desbetreffende gebouw aan, dat heel groot bleek te zijn. De lift kwam maar niet dus ik moest vier verdiepingen omhoog sprinten. Ik zag het al helemaal voor me: een grote klas die mij aan zat te staren terwijl ik te laat binnen kwamen stuiven en een chagrijnige docent. Met sterretjes voor mijn ogen kwam ik het lokaal binnen racen, waar nog niemand bleek te zitten. De rest van de studenten kwam tien minuten later nog binnen sjokken en de docent een kwartier later. Zucht. Volgende keer loop ik op een normaal tempo. De docent, van oorsprong Duits, was alles behalve chagrijnig. Hij praatte aan één stuk door, maakte de ene grap na de andere (waar hij vervolgens zelf het hardste om lachte en met zijn hoofd op tafel ging liggen), stuiterde door de klas als een cartoon, zwaaide non-stop met zijn armen en was zonder meer de meest bijzondere docent die ik ooit heb gehad. Toen ik later een mailtje van hem kreeg zette hij er in het Nederlands ‘Tot ziens’ onder, wat ik heel aardig vond!


Campus
Op woensdag had ik om 11u  het vak Sociology of Religion and Civilizations, wat gegeven werd door wederom een bijzonder figuur (ze houden niet op hier), een Hongaar met een megazwaar accent. Het is bijna niet te verstaan. Dat hij praatte op de snelheid van een mitrailleur werd er ook niet veel beter op. In de middag heb ik nog wat dingetjes geregeld, met vriendinnetjes koffie gedronken en een library tour gehad. Om 16u was het dan weer tijd voor het volgende vak: US Foreign Policy in the Cold War. Een heerlijk vak, op niveau, en waar redelijk wat van je verwacht wordt. De docent, David Ryan, is één van de meest vooraanstaande wetenschappers op dat gebied, en hij geeft dan ook heel fijn college. Die avond ben ik met een aantal meiden weer naar the Gables gegaan, de pub met live muziek. Er waren nu wel acht muzikanten, wat heel gezellig was. Het mooie is dat traditionele muziek hier ook heel erg leeft onder de jongeren. De Ierse cultuur blijft zo goed bewaard omdat Ierse jongeren er ook trots op zijn. Zo speelde een jongen de dwarsfluit, een andere jongen een soort doedelzak en een jongen met tattoo’s en hip haar speelde viool.

Campus

Op donderdag had ik nog één college (ja ja, op vrijdag ben ik vrij), Global Politics. Toen ik binnen kwam was ik licht in shock omdat de docent gewoon gelijk begon met college geven en iedereen heel goed wist wat ze aan het doen waren. Ik kon hieraan afleiden dat het vak ook in het eerste semester was gegeven. Na afloop ben ik naar de docent gegaan en die zei dat het geen probleem was, en mij alle informatie zou mailen. Gelukkig kan ik dit vak gewoon blijven doen, want ik vind het erg interessant. We begonnen gelijk met terroristische organisaties, één van mijn favoriete onderwerpen (oké, dat klinkt luguber). ’s Avonds ben ik naar de Appreciation of Hot Beverages Society geweest, waar ik thee heb gedronken en Oreo’s heb gegeten en heel veel andere internationale studenten heb ontmoet.

De volgende dag, vrijdag, was ik vrij, maar ik moest toch even naar de campus voor het regelen van wat verschillende dingen. De rest van de dag heb ik getracht te beginnen met studeren en ’s avonds ben ik op stap geweest met vriendinnetjes. Vanmiddag gaan we naar een rugbywedstrijd van het UCC team, en morgenochtend gaan we Irish Breakfast eten in de stad. Enne, oh ja, tussendoor ook nog studeren natuurlijk. 

dinsdag 7 januari 2014

Mijn eerste weekend in Cork!

Fotoverslag onder de tekst :)

Het is nog maar mijn vijfde dag hier in Cork, maar omdat ik al zoveel gedaan en gezien heb, voelt het alsof ik hier al ruim een week ben. Mijn laatste blog vertelde over de eerste twee dagen, dus ik zal kort even vertellen wat ik daarna allemaal beleefd heb. Op zaterdag om 12.30u gingen Sabi en ik mee met een city tour, georganiseerd door onze studentmentoren. Hoewel ik hierdoor wel de straten in het centrum beter heb leren kennen, was het verder niet heel leerzaam omdat het een redelijk grote groep was en de begeleider dan slecht te verstaan was. Na afloop gingen we ergens koffie drinken toen ik een sms van Marlène kreeg of ik in de stad was. Samen hebben we de VVV opgezocht en geplunderd, wat heel gezellig was. Die avond was er een welkomstborrel georganiseerd door de Students Union. We moesten ons om 20u verzamelen op de campus en Kevin, de leider van alle studentmentoren met de rode baard, deed zijn jas uit en bulderde dat wij (zo’n 200 man sterk) hem en zijn rode T-shirt moesten volgen naar een pub genaamd the Mardyke. Dat wij zijn T-shirt moesten volgen was wellicht een enigszins aparte actie, gezien de temperatuur inmiddels tot het vriespunt was gezakt. De internationale studenten uit de warmere regionen dezer aarde kregen dan ook bijna spontaan een rolberoerte. Hoewel het best gezellig was, en je altijd gelijk aanspraak hebt met Ierse mede-pub-gangers, was het wel erg druk en iedereen was bijzonder moe, waardoor we redelijk op tijd weer thuis waren.

De luie ‘ik-heb-niets-te-doen’-zondag was een welkome afwisseling. Onbewust vragen alle nieuwe indrukken, het drukke programma en de nieuwe menen die je ontmoet ontzettend veel energie van je. In de ochtend heb ik wat in huis rondgelummeld en in de middag, toen het weer wat opklaarde, heb ik rondgewandeld in de stad met mijn fotocamera. Ik heb de weg naar campus gelopen – dat zie je hieronder in de fotoreportage – en door het centrum weer terug. Volgens mij moet ik trouwens nog veel vaker de stad in, want er bijvoorbeeld alleen al ontzettend veel kerken en dingen die ik nog niet heb gezien. De winkels zijn hier gewoon open op zondag, waardoor het nooit echt rustig in de stad is, zoals op zondagen in Groningen. Toevallig kwam ik langs de Tesco en besloot daar eens rustig op mijn gemak rond te kijken, want de afgelopen keren dat ik er snel boodschappen deed kwam ik hier en daar al de gekste dingen tegen. Blijkbaar houden Ieren ervan overal whiskey in te doen, want ik kwam onder andere Jack Daniels Whiskey BBC Sauce tegen en Real Irish Whiskey Marmelade, voor op je brood. Ik ben gegaan voor iets anders met dranksmaak, namelijk West Cork Yoghurt: Champagne-Rhubarb. Het klinkt misschien als een rare combinatie, maar het smaakte best goed. Ook de Irish Potato-soup beviel me prima.

In één van de foldertjes die ik van de VVV heb gehaald had ik gelezen dat er in een pub vlakbij mijn huis traditionele muziek zou worden gespeeld op zondagavond. Ik had mijn vriendinnetjes opgetrommeld en samen met Sabi (Zwi), Marlène (FR), Michelle (VS), Heather (VS), Emily (VS) en Elle (VS) hebben we een superleuke avond gehad. The Gables is een pub die iets buiten het centrum ligt en dat merk je meteen: het is een echte Ierse pub zoals een Ierse pub bedoeld is. Houten banken met verschoten bloemetjesbekleding, donkere houten balken, een dartboard en een muur bezaaid met hurlingposters en schilderijen. Er knapperde een mooi vuur in de open haard. Wij waren de enige niet-Corkies. Een groepje grijze opa’s kwam binnen schuifelen, ze bestelden een pintje, en speelden een kaartspel. In de andere hoek zat een man een kruiswoordpuzzel te doen en aan de andere kant van ons las iemand de krant. Drie muzikanten speelden Ierse muziek, soms vrolijk, soms melancholisch. Ierser kun je het niet krijgen. Op een gegeven moment zong een van de muzikanten een sentimenteel lied, dat blijkbaar bekend was want om ons heen zong men zachtjes mee. Het was een heel sereen geheel, dat soms jammerlijk onderbroken werd door de kaartspelende opa’s die af en toe in een hevige discussie of ruzie verwikkeld waren over wie er nou gewonnen had. Een paar minuten later zaten ze echter weer gemoedelijk te spelen. Ieren zijn een passioneel volk.

The Gables Pub (zondagavond)


The Mardyke Pub (zaterdagavond)
















Wandeling van mijn huis naar de campus (klik op de foto om te vergroten)

Links: Uitzicht vanaf mijn kamer. Rechts: Holy Trinity Church

 
 Links: Het reuzenrad op de Grand Parade. Rechts: De Grand Parade
Links en rechts: St. Finbarr's Cathedral (st. Finbarr is beschermheilige van Cork) - ontworpen door William Burges

Links en rechts: St. Finbarr's Cathedral 


Links: College Road. Rechts: The Quadrangle, een van de gebouwen op de campus


 Links: Het kerkje op de campus. Rechts: campus

Links: de Glucksmann Galery op de campus. Rechts: een straatje vlakbij de campus



zaterdag 4 januari 2014

Eerste dagen in Cork!

Ik heb nog geen foto's kunnen maken van de campus of de stad, vandaar dat in dit bericht alleen wat foto's volgen van mijn kamer hier in Cork!

Om 04.20 uur ging op 2 januari de wekker. Na amper vier uurtjes slaap stapten mijn ouders, Everhard en ik in de auto richting Schiphol – eindelijk is het zo ver. Het was nog aardedonker en er was weinig verkeer op de weg. Elke kilometer dichterbij Schiphol maakte de knoop in mijn maag groter. Ik had ontzettend veel zin om te gaan, maar afscheid nemen, ook al is het ‘maar’ voor een paar maand, is natuurlijk nooit leuk. Terwijl we in de auto zaten dacht ik terug aan die mooie Oudejaarsdag – ofwel, mijn ‘uitzwaaidag’. De hele dag kwamen familie, vrienden, kennissen en collega’s langs om mij een goede reis te wensen. Ik ben jullie daar, en voor de leuke cadeautjes en lieve kaartjes, allemaal heel dankbaar voor! Nu ik dit typ, op mijn kamertje, staat alles op het plankje boven mijn bureau uitgestald.

Mijn bureau met spullen van thuis

Bij de douane op Schiphol was het toch echt tijd om te gaan. Snotterend liep ik naar de man toe die mijn paspoort en boarding pass moest controleren. De vlucht verliep heel soepel. Een Ierse stewardess met rood haar en sproetjes bracht alle Ierse passagiers hun ochtendbeker met thee. Halverwege de vlucht viel mijn oog op het Nederlandse meisje aan de andere kant van het gangpad. Zij had een brief bij haar met bovenin de hoek ‘UCC’. Nou, die herkende ik wel. Ik boog me voorover om haar er wat over te vragen. Ze bleek ook een half jaar te gaan studeren in Cork, maar wel andere vakken en een andere faculteit. Bij de landing was de lucht blauw en scheen de zon. De temperatuur was een paar graden kouder als in Amsterdam. Toen ik het vliegtuig uitstapte moest ik met mijn ogen knipperen bij dit onkarakteristieke welkom van de Ierse weergoden (hun naam hebben ze echter wel hoog gehouden door de rest van de middag het te laten hozen). Bij de bagageband moest ik iemand vragen om mij te helpen met mijn koffer. De mevrouw in kwestie, die ik als Iers in had geschat gezien het rode haar en de bleke huid, bleek een Nederlandse te zijn en merkte op dat de koffer inderdaad zwaar was. Toen ik vertelde dat er dan ook voor een half jaar spullen inzaten, vroeg ze of ik hier ging studeren. Ze had zelf een half jaar in Helsinki gestudeerd en woonde nu met haar Ierse man in county Kerry. Toen zij en haar man en kinderen wegliepen riep ze me nog eens toe dat dit waarschijnlijk de mooiste tijd van mijn leven zou worden. 
In de arrivals-hal werkte in een grote appelmuffin naar binnen en liep naar een taxi. Donal bleek een praatgrage man te zijn. Ik zat nog niet of hij begon al. Na aanleiding van het bespreken van mijn studierichting riep hij: ‘History is bloody interesting! I always watch the Discovery and History Channel. People watch too much of that EastEnders and reality junk. I really admire this, darling.’ Toen we bij Copley Court aankwamen vertelde hij dat ik de mevrouw moest bellen die me binnen zou laten. Blijkbaar was dit niet zijn eerste keer om een student af te zetten, want Margaret, de receptioniste, was inderdaad nergens te bekennen. Persoonlijk ging hij haar voor mij bellen en op zoek, en toen ze uiteindelijk verscheen stond hij erop mijn koffers naar binnen te sjouwen. Hij wou in eerste instantie mijn fooi ook nog niet aannemen. Ik zwaaide hem uit en liep met Margaret naar binnen. 
Margaret is wat je noemt een ‘figuur’. Eind zestig, begin zeventig en een typisch voorbeeld van de Ierse openheid en verhalenvertellerij. Binnen de kortste keren waren we allebei sentimenteel bij de gedachte van haar overleden man die, volgens haar, nu over de wereld aan het trekken was. Ze was redelijk lang van stof en in haar kantoor ging ze alle bewoners met mij op de computer voorbij, alsof het haar kinderen waren. Na ellenlange verhalen te hebben gehoord over andere en vorige bewoners bracht ze mij eindelijk naar mijn kamer. Die bleek redelijk groot te zijn, en de ensuite ook. Ik was heel blijverrast! Ik woon met nog twee meiden hier. Er is nog een Ierse dame, die is hier al vanaf september en komt volgende week waarschijnlijk pas weer - en een Zwitserse, die de dag voor mij was gearriveerd. Sabine en ik konden het gelukkig gelijk met elkaar vinden en hebben we samen boodschappen gedaan bij de Tesco en veel gekletst. Aan het eind van de avond viel ik als een blok in slaap.                    

/
Mijn kamer!

De volgende ochtend, zaten Sabi (mijn huisgenote) en ik om 09.30u al in een grote zaal op de campus van UCC. Ik verbaasde me over de enorme groep internationale studenten die maar binnen bleven stromen, het zullen er meer dan 1000 geweest zijn. En dat zijn alleen nog maar de nieuwe internationale studenten die net zijn gearriveerd voor het komende semester. Ongeveer 80 procent is Amerikaans, wat vooral te horen was. Er volgde een welkomstwoord waarna verschillende mensen aan het woord kwamen met betrekking tot praktische zaken en het voorstellen van de verschillende afdelingen. Alle Ierse docenten blijken een talent te hebben voor droge humor, informaliteit, en praten voor een groot publiek. Toen de Frans docent, een wat oudere man, vertelde over een nieuw vak over Franse films, zei hij dat wij ons moesten opgeven als we geïnteresseerd zijn in films ‘that do not star Stifflers mom’. Na deze eerste ronde aan informatie gingen we allemaal apart op de foto en kregen we onze studentenkaart, waarmee je bijna alles kunt doen hier in Cork.
                         
Onze studentmentor, Katie, leidde ons rond over de campus, die zo groot was als een dorp. Godzijdank hebben we een plattegrond gekregen voor de komende weken. Overal staan grote gebouwen voor colleges met daartussen mooie parkjes. Er is een enorme bibliotheek. Daarnaast is er ook een bank, zes geldautomaten, een radio station, verschillende restaurants waar je o.a. voor een klein bedrag een enorme warme maaltijd kan krijgen, een kapelletje waar toevallig net een trouwerij aan de gang was, een moskee en andere gebedsruimtes. Daarnaast is er een gebouw voor ontspanning met pooltafels, gratis thee en koffie, een wii, bordspellen en een groot aantal tv’s. Ook is er een dokter aanwezig en een Chaplaincy. In de pauze at ik een traditionele Ierse groentesoep en een broodje, waarna het alweer tijd was om terug te gaan naar de grote zaal. Daar kregen we uitleg van verschillende personen over sociale zaken, de zogenaamde Social Session.

Mijn eigen ensuite badkamer!

Dit zou ik kunnen bestempelen als een eerste kleine cultuurshock. Zo is ons uitgebreid voorlichting gegeven over gezondheid, gezond eten, koken, hoe het best samen te wonen met andere studenten, en andere niet-studie gerelateerde zaken waarvan blijkbaar uitgegaan wordt dat wij het nog niet weten. Maar het mooiste komt nog. Na het zien van het volgende, originele doch ietwat vreemde filmpje (http://www.youtube.com/watch?v=77TpN2wWBtE), kregen we van het bestuur van de Students Union een soort van seksuele voorlichting. Voor mij als derdejaars student uit Nederland is dat misschien een beetje raar, maar ik bedacht me dat we nu in een streng katholiek land zijn, waar dit nog steeds gevoelige onderwerpen zijn. Bovendien zijn de grote groep Amerikaanse studenten natuurlijk ook nog eens conservatief christelijk opgevoed. Daarom is er ook een condoomwinkel op de universiteit, met speciale aanbiedingen waar men nog even reclame voor maakte.     

Uitzicht vanaf mijn balkon!

Het bestuur van de Students Union is echter niet te vergelijken met de studentenbelangenorganisaties in Groningen. Het is de enige in Cork, waar men studenten- of studieverenigingen sowieso niet kent. De voorzitter droeg een trainingsbroek en een Kappa sweatshirt. Men kent wel societies. Deze societies draaien om interesses en zijn heel vrijblijvend. De keuze is groot en tevens hilarisch. Een kleine greep: je kunt je bijvoorbeeld aansluiten bij Animal Welfare Society, de Atheist, Agnostic, Secularist & Humanist Society, de Choral Society, Feminist Society, Poker Society, SciFi Society of de Wargaming and Rolplaying Society. Mijzelf lijkt echter de Appreciation of Hot Beverages Societies wel een leuke, dus daar ga ik volgende week maar even langs. Bovendien sluit ik me uiteraard aan bij de (hevig gesubsidieerde) International Students Society, die veel leuke dingen (zoals reisjes) aanbiedt voor de internationale studenten. Naast de societies zijn er ook 67 sportgerelateerde clubs. Aan de rand van de campus ligt de Mardyke Sports Arena, een enorm sportcomplex met alles erop en eraan waar UCC studenten gratis kunnen sporten zo vaak men wilt. Je kunt voor je zelf wat doen, maar ook bij een club gaan. Mij lijkt dansen of Zumba wel leuk, dus daar ga ik eens verder naar kijken. Ook weer een goede manier om nieuwe mensen te leren kennen!                                                    
Toen de in sportkleding gehulde student die over de sportfaciliteiten vertelde weer weg liep, kwam er ter afwisseling een monnik het podium op. Hij had een lang bruin gewaad aan. ‘Don’t worry, I am not Jedi’ was het eerste wat hij zei en iedereen lag dubbel. Deze beste man was een Franciscaner monnik en priester en leidde nu de Chaplaincy, waar ik even geen Nederlands woord voor kan verzinnen. Bij de Chaplaincy kan iedereen van ieder geloof  gewoon langs komen praten, mediteren, bidden of relaxen met gratis thee en koffie. Je verblijf moet fijn verlopen en daar zijn zij voor. Ook mag je hun magnetron gebruiken, voegde hij eraan toe. 

Woonkamer en keuken.

Na afloop van deze Social Session kregen we nog wat IT informatie en mochten we over de informatie markt lopen. Iedereen was kapot en moest alle informatie van vandaag rustig verwerken – met name de Amerikanen die allemaal nog jetlagged rondliepen. Ter ontspanning besloten Marlène, een Frans meisje, en ik naar de Penneys/Primark te gaan. Thuis at ik een enorme pizza en om 20u hadden Sabi en ik alweer afgesproken met zeven Amerikaanse meiden naar de pub te gaan. We hebben er drie bezocht, wat heel gezellig was – en ik heb mijn eerste pint Murphy’s Stout gedronken! Toen we rond middernacht weer thuis waren aten Sabi en ik nog een zakje Salt en Vinegar chips en dronken een builders mug met black tea. Al helemaal Iers!

zaterdag 28 december 2013

Nog vijf nachtjes...

Vandaag heb ik mijn kamer in Groningen leeg geruimd en op slot gedaan - pas over een half jaar zal ik terug keren naar deze mooie studentenstad in het Hoge Noorden. Hoewel ik een paar ontzettend gave maanden tegemoet ga, moest ik wel even een traantje wegpinken toen ik de Martini-toren aan de horizon zag verdwijnen. Maar goed, nu is het tijd om vooruit te kijken naar mijn nieuwe woonplaats: Cork, in het zuiden van de Republiek Ierland. Zoals waarschijnlijk al veel van jullie weten ga ik daar een half jaar studeren aan University College Cork (UCC).

Op deze blog, die ik al een tijdje heb, zal ik mijn ervaringen en belevenissen bijhouden, als een soort kruising tussen dagboek en reisboek. Soms zullen het grote, en soms zullen het kleine berichtjes zijn. De ene keer is het een beschrijving van een plek die ik bezoek, of een episode uit de rijke Ierse geschiedenis. De andere keer is het een persoonlijk relaas over hoe mijn dag loopt, hoe ik me voel of wat ik allemaal aan het doen ben. Ik zal mijn notitieboekje en fotocamera altijd bij de hand hebben om bepaalde momenten, gevoelens en observaties vast te leggen. Kortom, ik zal proberen te zoeken naar een goede middenweg, wat hopelijk een interessant, plezierig, grappig en eerlijk reisverhaal oplevert – maar ach, uiteindelijk zullen we wel zien hoe het gaat. Zoals de Britse verhalenverteller W. Somerset Maughan al zei: “There are three rules for writing a novel. Unfortunately, no one knows what they are.”           

Komende donderdagochtend, op 2 januari 2014 om precies te zijn, vertrek ik vanaf Schiphol het avontuur tegemoet. Mijn ouders en vriendje zullen mij uitzwaaien – wat ongetwijfeld (voor mij en mijn moeder sowieso) een enorm emotioneel zakdoekjesfestijn zal worden. Nu is het niet zo dat wij elkaar ook daadwerkelijk een half jaar niet gaan zien; uiteraard krijg ik regelmatig bezoek in Cork! Daarnaast heb ik mijn vader en zijn smartphone geïntroduceerd tot de magische wereld die Skype heet. Toch vind ik het stiekem wel heel spannend worden nu het zo dichtbij komt en het ‘afscheid’ nadert. Daarnaast heb ik er ook enorm veel zin in, hoor. Ik kon de afgelopen maanden haast niet meer wachten en ben ontzettend benieuwd wat de komende maanden mij zullen brengen.

De dag na mijn aankomst in Cork, heb ik gelijk een Orientation Day samen met allerlei andere buitenlandse studenten. Het is fijn om zo de andere internationale studenten te leren kennen. Ik denk dat je automatisch naar elkaar toe trekt omdat niemand elkaar kent en iedereen in hetzelfde schuitje zit. In het weekend ga ik denk ik Cork verkennen, en op maandag 6 januari beginnen de colleges al. De semesters lopen iets anders in Ierland dan hier. Het tweede semester, wat zei Spring Semester noemen, begint begin januari (bij ons begin februari) en eindigt eind maart. In die tijd heb je colleges. Daarna heb je drie weken Paasvakantie, een studieweek en in mei zijn de tentamens. Oftewel: je bent héél veel vrij. Goed nieuws voor de reisgierige internationale student! De vakken die ik zal volgen tellen mee voor mijn vrije ruimte van mijn opleiding Geschiedenis in Groningen. Ik ga natuurlijk zoveel mogelijk mijn punten proberen te halen (ik ga voor twintig; dat zijn vier vakken). Dit is altijd enigszins lastig als je Sanne Meijer bent, en heel veel onderwerpen en zaken leuk en interessant vindt. Gelukkig mag je in de eerste week verschillende vakken volgen en beslis je daarna met welke vier je doorgaat en welke bijvoorbeeld roostertechnisch het beste passen. Ik heb besloten mij sowieso te limiteren tot conflict-, oorlog-  en Midden-Oosten vakken (tenminste, dat is het plan).

In de tijd dat ik daar studeer verblijf ik in het studentencomplex Copley Court. Dit gebouw bestaat uit vele appartementen waar zowel internationale als Ierse studenten wonen. Ik ga in een appartement met drie andere huisgenoten, waarbij je de keuken en woonkamer deelt, maar een eigen slaapkamer, douche, toilet en balkon hebt. Bovendien ligt het midden in het centrum. Het is wel even lopen naar de campus, maar dat vind ik geen probleem.

Nou, nu is het afwachten. De komende dagen moet ik nog wel even bezig met een essay die hier nog ingeleverd moet worden, en de 31e is mijn afscheidsfeestje. De hele dag komen familie, vrienden, kennissen en collega's langs - ontzettend leuk, maar ook wel dubbel natuurlijk. De eerste dag van het nieuwe jaar zal ik besteden aan het pakken en dan is het eindelijk zover. See you in Cork!

woensdag 28 augustus 2013

Onderwierum, deel II

Het is een zonovergoten dinsdagochtend. Ik stap de bus uit in wat ik één van de mooiste dorpen van Noord-Groningen vind: Onderdendam. Dit is niet de eerste keer dat ik hier rondwandel, maar de prachtige huizen en kleurrijke tuinen maken nog steeds indruk. Er dobberen wat bootjes op het kalme water en een aantal fietsers genieten van de omgeving en het weer. Het is echter niet de sereniteit van Onderdendam wat mij hiernaar toe doet komen. Ik kreeg ongeveer een week terug een leuke reactie van lezers op het artikel dat ik voor de Ommelander Courant over de verdwenen dorpen Westerdijkshorn en Onderwierum heb geschreven. Zij brachten mij op de hoogte van het feit dat er in de hervormde kerk van Onderdendam een aantal belangrijke spullen uit de verdwenen kerk te Onderwierum zijn ondergebracht toen deze werd gesloopt, en of ik het misschien leuk zou vinden om deze te komen bekijken. Daar hoefde ik uiteraard niet twee keer over na te denken.


Meneer W.G. Veenland en zijn dochter staan mij rond half elf op te wachten bij de kerk in Onderdendam. Meneer Veenland weet ontzettend veel over de geschiedenis van de omgeving en heeft een passie voor deze kerk. Het is dan ook echt een plaatje: simpel, maar licht en netjes. De witte muren en grote ramen geven de kerk een frisse uitkijk. Dat is niet altijd zo geweest. ‘‘Wij kwamen hier begin jaren zeventig wonen. De kerk was toen hevig verwaarloosd. De vloer was verzakt, de banken afgebladderd en alles viel haast van ellende uit elkaar. Gelukkig kwamen er meer nieuwe families in de buurt wonen die een restauratie van de kerk op touw wilden zetten. Dit gebeurde in 1972.’’           



Er wordt nog elke week een dienst gehouden in de kerk. ‘‘De kerk van Onderwierum werd gesloopt toen deze kerk net stond, in 1841. Men moest toen van Onderwierum naar Onderdendam lopen om een dienst bij te wonen, in plaats van andersom. Maar de belangrijkste spullen hebben ze meegenomen naar deze kerk, kijk maar.’’ Meneer Veenland wijst op twee oude grafzerken, die kunstig in de muur zijn gemetseld. ‘‘Dit waren de twee oudste grafzerken van Onderwierum, beide van predikantsvrouwen. De één stamt uit 1642, de ander uit 1677.’’ Ze zijn goed opgeknapt en duidelijk leesbaar. Beide vrouwen waren volgens de zerken ‘zeer christelijk’ overleden. Verder staat er pontificaal in het midden een houten avondmaalstafel uit 1806 en hangt er aan de muur een sleutel van indrukwekkende afmetingen, allebei van de kerk te Onderwierum. Maar de grote blikvanger is – in ieder geval voor mij – toch echt het mooie doopbekken uit 1651 die twee eeuwen later na zijn fabricatie van Onderwierum naar Onderdendam is gesleurd. Ik vind het geweldig dat deze spullen bewaard zijn gebleven. Het maakt alles veel echter; Onderwierum lijkt dichterbij.





Meneer Veenland en zijn dochter geven mij een verdere rondleiding door de kerk. We lopen de trap op. Het orgel komt uit 1840, en is in 1997 gerestaureerd. Het orgel kent ivoren toetsen. De dochter van meneer Veenland speelt ongeveer eens in de zeven weken. Ze neemt plaats en speelt een prachtig stuk. Ik vind het heel bijzonder. Als kind waste ze als vakantiebaantje de ramen van deze kerk, en jaren later is de betrokkenheid nog niet minder. Na dit muzikale intermezzo nemen we plaats op de kerkbankjes en drinken een kop koffie. Meneer Veenland tovert een tekeningetje in een lijstje tevoorschijn. Het is een afbeelding van de kerk van Onderwierum. Volgens het tekeningetje moet het een redelijk klein en simpel, romaans gebouwtje zijn geweest. ‘‘Ik heb de originele tekening voor het eerst zien hangen in het klooster van Ter Apel. Ken je dat?’’ Mijn mond valt open. Ik heb nooit geweten dat er een verwijzing naar Onderwierum hangt in het klooster dat ik zo goed ken. Ik ben in Ter Apel opgegroeid. Ik moet lachen om deze vreemde maar tegelijkertijd bijzondere gewaarwording. Het cirkeltje is rond.



zaterdag 17 augustus 2013

De Koloniën van Weldadigheid

Hoewel de eerste socialistische partijen in Nederland pas in de tweede helft van de 19e eeuw ontstonden, bestonden socialistische ideeën al veel langer. Na de industriële revolutie kwam er steeds meer focus te liggen op het feit dat arbeiders dezelfde rechten verdienden als de grootgrondbezitters en fabriekseigenaren. In het begin was het, vreemd genoeg misschien, vooral het rijkere deel van de bevolking dat zich met deze sociale kwestie bezig hield. Zij verdiepten zich in armoedebestrijding en ontwikkelden hun eigen ideeën met betrekking tot het grote verschil tussen arm en rijk in ons land.

Één zo’n iemand was Johannes van den Bosch. Hij was als succesvol generaal teruggekeerd uit Oost-Indië en vastbesloten zich nu te storten op het armoedeprobleem in Nederland. Naast de mislukte oogsten van 1816 en 1817 had Napoleon had ons land in een armzalige staat achtergelaten, waardoor in de steden ongeveer 50% van de mensen onder de armoedegrens leefde. De steden vielen ten prooi aan grootschalige verpaupering. De sociaal bevlogen van den Bosch had grootste ideeën voor ogen. Hij geloofde, zoals een goed socialist betaamt, in de maakbaarheid van de samenleving en het belang van arbeid en moreel gezond gedrag. En hij ontwikkelde het toppunt daarvan: de Maatschappij van Weldadigheid.

Hij wist een sponsoring van 40.000 gulden per jaar bijeen te krijgen, waarmee hij zijn ambitieuze plan kon verwezenlijken: verpauperde stedelingen een nieuwe basis van bestaan aan te bieden in zogenaamde landbouwkoloniën, waarna men weer kansrijk kon terugkeren in de normale maatschappij. Hij kocht in 1818 een aantal stukken woeste zandgrond in Drenthe die tot landbouwgrond moesten worden gemaakt. Er werden in rap tempo enorm veel koloniehuisjes gebouwd aan kaarsrechte wegen, ieders voorzien van een perceeltje grond. Zo ontstonden de koloniën Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord.




                    Johannes van den Bosch              

Arme gezinnen konden op vrijwillige basis naar deze koloniën vertrekken. Mannen moesten werken in de landbouw, vrouwen en kinderen verrichtten huisnijverheid zoals spinnen en weven. Deze koloniën waren een samenleving op zich, en hadden haast een eigen cultuur. Overal schemerde echter het socialistische gedachtegoed doorheen. Zo had iedereen in de koloniën recht op gezondheidszorg. Voor 1 cent per week namen zij deel aan het gezamenlijke ziekenfonds. Daarnaast was onderwijs voor iedereen erg belangrijk. Avondonderwijs en basisonderwijs was verplicht, en er werden tuin- en bosbouwscholen opgericht. Er kwam ook plaats voor ouderenzorg, in zogenaamde rusthuizen. Bovendien werd liederlijk gedrag niet geaccepteerd. Zelfs de socialistische afkeer van alcohol vond haar weerslag. Dit was te zien in het feit dat de koloniën een eigen munteenheid kregen; met het koloniegeld kon alles worden gekocht in de koloniewinkels behalve sterke drank.






Schoolgaande koloniekinderen

Certificaat voor een schoolmeisje: haar taalbeheersing, vlijt en gedrag waren uitmuntend

Verderop in Drenthe vind je de strafkolonies, zoals in Veenhuizen. Deze waren heel anders dan de vrije koloniën. Hier werden landlopers en bedelaars, maar ook weeskinderen opgesloten en aan het werk gezet. Daarnaast kwam het niet zelden voor dat de vrije kolonisten, die flauw waren van al het morele ethische gedrag in de vrije koloniën en besloten naar de fles te grijpen of ander ontucht te plegen, ook voor straf hier werden heen gestuurd. Zo zat hier ook een overgrootouder van Philip Freriks als straf voor het feit dat zij haar brood verdiende met lichte zeden.  Enfin, in totaal werden in de vrije koloniën zo’n 1400 gezinnen opgevangen.                                                                                 

Helaas had ten Bosch er te weinig rekening mee gehouden dat de stedelingen niet goed wisten hoe zij overweg moesten met al dat landbouwmaterieel en ongeveer een eeuw na haar oprichting zag de Maatschappij zich gedwongen grote stukken koloniegrond te verkopen om hun schulden te kunnen betalen. De Maatschappij van Weldadigheid is nu een stichting geworden, die 1400 hectare cultuur- en natuurgrond beheert. Overal zie je nog de mooie koloniehuisjes, koloniebossen, koloniekerkjes en koloniebegraafplaatsen. Ook is er een klein museumpje gevestigd in Frederiksoord, genaamd de Koloniehof. En daar ging ik vandaag met mijn ouders naar toe.








Het museum is niet erg groot en bestaat uit een aantal kleine gebouwtjes. Wel is het erg charmant. Een expositie en een film die doorlopend afgedraaid wordt nemen je mee door het leven in de kolonies, verder is er nog een daadwerkelijk koloniehuisje en een aantal akkertjes te bezichtigen. In de koffiekamer kun je van een kolonieturf genieten en in het museumwinkeltje zijn genoeg leuke souvenirs en boeken over de Maatschappij van Weldadigheid te vinden. Het meest bijzondere is misschien wel het schattige witte huisje dat zich ook op het terrein bevindt. Hier zijn allerlei leuke geweven en geknutselde artikeltjes te koop die zijn gemaakt door verstandelijk gehandicapten als dagbesteding. Ik koop een mooi kaartje en een vilten uiltje als sleutelhanger. Het sociale idee van de koloniën bestaat nog steeds, maar aangepast en modern - in de vorm van dagbesteding om een functionele en waardige plek in de maatschappij te verkrijgen.


woensdag 14 augustus 2013

De verdwenen dorpen Westerdijkshorn en Onderwierum

Macarius Lunseman had het niet gemakkelijk. Als eerste hervormde predikant van Westerdijkshorn moest hij leven van de opbrengst van de kerk en de goederen die het bezat. Helaas waren deze inkomsten niet genoeg om van te leven. Om wat meer te verdienen werd er in 1604 besloten dat Lunseman ook dominee mocht worden van het buurdorp Onderwierum. Deze taak viel Lunseman te zwaar, waardoor hij in 1618 werd ontslagen uit zijn ambt. Twee jaar later overleed hij.                           

Ruim 393 jaar  later is er veel veranderd. Westerdijkshorn en Onderwierum bestaan nog steeds, maar zijn tot gehuchten verworden. Westerdijkshorn behoort tot Bedum, Onderwierum tot Onderdendam. Er staan nog slechts een paar huizen verspreid in de weilanden, en de kerken zijn verdwenen. Wat is er gebeurd met deze dorpen, waarom bestaan ze niet meer? En is er nog iets over van die verloren tijd? Ik besluit dat de enige manier om daar achter te komen is om er heen te gaan. In Bedum leen ik een fiets en een gids in de vorm van Everhard en rijd richting Westerdijkshorn. 



Het kerspel Dijckshorne werd in de 13e of 14e eeuw gesticht. Een kerspel was de kleinste politieke eenheid waarbij de kerk het centrale punt was. De kerk stond op een opgeworpen wierde aan de zuidkant van het dorp. Hier is helaas geen enkele afbeelding van bewaard gebleven. Op het kerkhof werd in de 15e eeuw een vrijstaande klokkentoren gebouwd. De toren is meerdere malen van ellende in elkaar gestort en ontelbare keren gerenoveerd, maar hij staat nog steeds. In de toren hangt een klok die stamt uit 1658. De kerk zelf is in 1802 afgebroken, waardoor het schaarse aantal inwoners zich over de kleine boerenweggetjes richting Onderwierum moesten slepen om de dienst bij te wonen.



Wanneer ik in de stromende regen tussen de weilanden door richting Westerdijkshorn slinger, doemt de toren al op. Helaas – en geheel in stijl met de geschiedenis van de toren – blijkt het te worden gerenoveerd en staat het verpakt in plastic en steigers. Zelfs het kerkhofje mag niet betreden worden in verband met de werkzaamheden. Het is een vreemd gezicht, zo’n hoge statige toren, midden in de landerijen. We blijven een tijdje schuilen onder een boom en als de bui voorbij is, rijden we verder. Er staan in Westerdijkshorn nog een redelijk paar huizen langs het weggetje, de één nog mooier dan de ander. Dan houdt het opeens op en is er niets meer. Om mij heen het mooie, platte groene land, en daarboven een schilderachtige lucht. Nergens zie je de lucht zo goed als in Groningen. Helaas ondervind je ook nergens zo’n harde tegenwind als in Groningen. Hoe je ook fietst, je hebt altijd wind tegen.


 

Foto van de toren van Westerdijkshorn, via nlwandel.nl

Onderwierum is wat moeilijker te vinden. Er staat hier en daar een boerderij, verder overheerst vooral de leegte. Toch staat er opeens een roodwit bordje dat aanwijst dat we bijna bij de begraafplaats van Onderwierum zijn. Ik kijk om mij heen maar zie niets. Geen cluster van huizen, geen wierden, niets. Het bordje wijst richting een weiland met wat bossen. We zetten de fiets neer en baggeren door het gras. We passeren een vriendelijke, loslopende pony. Dan opeens gaat het graspad over in een bruggetje, waarna je opeens midden in het bosje staat. We lopen door een hekje en opeens ligt daar voor ons een kleine wierde. Alleen deze verhoging mocht blijven; de rest van de wierde is na het teloor gaan van het dorp afgegraven. 



















Onleesbare grafstenen, uitsluitend uit 18e en 19e eeuw liggen in een ietwat vreemde volgorde verspreid over het gras. In het midden is niets. Hier stond het kerkje dat in 1840 is afgebroken. Een informatief A4’tje in een plastic mapje ligt onder een kei op een verweerd bankje. Er heerst een vredige rust. De zon breekt door en droogt het gras. Op de grafzerken staan de meest prachtige (familie)wapens afgebeeld, waarbij, vreemd genoeg, veel paarden voorkomen. Het is moeilijk te geloven dat hier eens genoeg mensen woonden om een kerkje te vullen. Ik denk aan Macarius Lunseman, die met zijn kraag omhoog en bijbel onder de arm het hele stuk moest lopen van Westerdijkshorn naar Onderwierum, door de regen en de snijdende wind. Het moet een strijd geweest zijn.



Westerdijkshorn en Onderwierum zijn slechts twee voorbeelden van verdwenen dorpen in Groningen. Hoewel de meeste dorpen in onze provincie zijn verdwenen door overstromingen, behoren deze twee tot een andere categorie. Dit zijn de dorpen die vanaf hun stichting al weinig tekenen van levensvatbaarheid toonden. Vanaf de Middeleeuwen was er meestal al sprake van achteruitgang en leegloop. Het kerkje werd te weinig bezocht om te kunnen worden onderhouden en werd als gevolg gesloopt, waarna ook de wierde werd afgegraven om de vruchtbare grond elders te gebruiken.                   

Het is geheel opgeklaard en zonnig wanneer we Onderwierum weer verlaten. Terug op de fiets kijk ik nog eenmaal om, naar het verborgen kerkhofje. Er is niets te zien, geen enkel teken dat daar in de bosjes op het weiland zo’n treurige geschiedenis van een verdwenen nederzetting schuilgaat. Er is alleen maar wind.